Branche

Btw op horeca

In de horeca werk je vrijwel altijd met twee btw-tarieven tegelijk. Voor eten en non-alcoholische dranken die je ter plaatse serveert, geldt het lage tarief van 9%. Alcoholische dranken vallen onder het hoge tarief van 21%.

Dat verschil maakt de kassabon en de btw-aangifte van een café of restaurant net wat ingewikkelder dan in veel andere branches.

9% of 21% in de horeca?

De vuistregel: voedsel en frisdrank die je in je zaak laat nuttigen, vallen onder 9%. Bier, wijn en sterke drank vallen onder 21%, ongeacht of de gast ze aan de bar of aan tafel drinkt.

Ook bij afhaal en bezorging van maaltijden geldt doorgaans het lage tarief voor het eten zelf. Twijfel je bij een specifiek product, dan is de productlijst van de Belastingdienst leidend.

Rekenvoorbeeld kassabon

Stel, een gast bestelt een lunch van € 18 (9%) en twee glazen wijn van samen € 12 (21%). Over de lunch reken je € 18 × 0,09 = € 1,62 btw. Over de wijn reken je € 12 × 0,21 = € 2,52 btw. Op de bon staan dus twee btw-bedragen, die je in je aangifte ook gescheiden houdt.

Let op bij gemengde bestellingen

Een arrangement of menu met zowel eten als alcohol moet je voor de btw splitsen. Reken je één totaalprijs, dan moet je die toch verdelen over 9% en 21%. Een goed kassasysteem doet dit automatisch; controleer wel of de tarieven juist gekoppeld zijn aan je producten.

Btw-aftrek in de horeca: let op eten en drinken

Een belangrijk aandachtspunt is dat de btw op het verstrekken van eten en drinken voor consumptie ter plaatse in horecagelegenheden in beginsel niet aftrekbaar is wanneer je dit zelf als ondernemer afneemt, bijvoorbeeld bij een zakenlunch. Voor je eigen zaak betekent dit dat de inkoop-btw op ingrediënten, dranken en keukenbenodigdheden wél gewoon aftrekbaar is als voorbelasting.

Houd inkoopfacturen daarom netjes gescheiden van representatie- en relatiekosten. De btw op de aanschaf van inventaris, meubilair en keukenapparatuur kun je in de regel als voorbelasting terugvragen, mits je deze zakelijk gebruikt.

Veelgemaakte fouten bij de btw-aangifte

Een veelvoorkomende fout is het volledig boeken van de omzet onder één tarief. Omdat de horeca met 9% én 21% werkt, moet je beide stromen apart aangeven; doe je dat niet, dan klopt je afdracht niet. Controleer ook of cadeaubonnen en no-shows correct worden verwerkt: bij een cadeaubon ontstaat de btw vaak pas op het moment van besteden, niet bij verkoop. Bij twijfel over een specifieke situatie is de informatie van de Belastingdienst leidend.

Gebruik de btw-calculator voor een snelle berekening, of bekijk de tarieven per percentage. Twijfel je over het juiste tarief voor jouw situatie? Raadpleeg de Belastingdienst.

Andere branches

FAQ

Veelgestelde vragen

Welk btw-tarief geldt voor horeca?
In de horeca geldt voor eten en non-alcoholische dranken het lage btw-tarief van 9%. Alcoholische dranken vallen onder het hoge tarief van 21%.
Hoe bereken ik de btw voor horeca?
Gebruik het tarief van 9% in de calculator hierboven. Twijfel je over het tarief? Raadpleeg de Belastingdienst.
Welk btw-tarief geldt voor afhaalmaaltijden?
Voor het eten zelf geldt doorgaans het lage tarief van 9%, net als bij eten in het restaurant. Alcoholische dranken blijven 21%.
Moet ik fooien meerekenen voor de btw?
Een vrijwillige fooi die de gast rechtstreeks aan het personeel geeft, is geen omzet en valt buiten de btw. Een verplichte toeslag op de rekening telt wel mee.
Kan ik de btw op zakelijke etentjes aftrekken?
De btw op eten en drinken dat ter plaatse in de horeca wordt genuttigd, is voor jou als afnemer doorgaans niet aftrekbaar. De inkoop-btw voor je eigen horecazaak, zoals ingrediënten en inventaris, kun je in beginsel wel terugvragen.
Hoe verwerk ik een cadeaubon in de btw?
Bij veel cadeaubonnen ontstaat de btw pas op het moment dat de gast de bon inwisselt voor producten, niet al bij de verkoop van de bon. Het tarief volgt dan het product. Raadpleeg de Belastingdienst voor jouw specifieke bonvorm.